AXCENT GAAT ECONOMISCH

Tussen de talloze grootstedelijke complicaties die de sociale cohesie in gevaar brengen, legt de volwassenenwerking van Axcent vzw zich toe op de verhouding tussen religie, levensovertuiging en economie. Daarmee is de vereniging niet aan haar proefstuk toe. In het verleden bracht ze dit onderwerp indirect ter tafel met afgeleide thema’s als dakloosheid, armoede en sans-papiers. In 2010 werden imams, rabbijnen, priesters en moreel consulenten geïnterviewd en vervolgens samengebracht in de unieke week van de (s)preek. Tijdens het islamitische vrijdaggebed, de joodse sabbatsviering, de katholieke zondagsmis en een vrijzinnige filmtentoonstelling werd in die week bijzondere aandacht ingeruimd voor de armoedeproblematiek. In buurt- en opvanghuizen waar armen het woord nemen vonden pluralistische gespreksronden plaats.

Maar ook toen bleven bepaalde vragen – sommigen zouden zeggen: de enige échte vragen– veelal binnensmonds.

Om het cru uit te drukken: zolang de sociaal-economische problemen blijven opgeborgen in hun caritatieve of filantropische dimensie, behoudt het thema armoede een grote aaibaarheidsfactor en kan het ook in levensbeschouwelijke hoek op een welgemeend medeleven rekenen. In religieuze en levensbeschouwelijke tradities is de oproep tot solidariteit met de man of vrouw die door armoede is getroffen stevig gefundeerd. Zeker waar religieus gevoelige mensen zich emotioneel kunnen vereenzelvigen met minder fortuinlijke stadsgenoten, is de bereidheid tot solidaire inzet groot. Men weet zich geraakt door een alleenstaande moeder die nauwelijks de eindjes aan elkaar kan vastknopen en haar schoolgaande kind met afgedragen kleren naar de klas stuurt. Men is ontroerd door de uitgestoken hand van een bejaarde man die met waardigheid om een aalmoes prevelt. Op zich is er met de stimulans van gevoelsmatige identificatie niets mis. Het bewijst dat velen het hart op de juiste plaats hebben. Als die bereidheid bovendien levensbeschouwelijk wordt opgevangen en georganiseerd in collectieve acties (bv tijdens de islamitische ramadan of de christelijke vasten), legitimeren religies en georganiseerde levensovertuigingen andermaal hun belangrijke rol in de samenleving.

De materiële kant van economie

En toch blijft men ook dan nog op zijn honger zitten. Wanneer religies en levensovertuigingen de onderliggende vraag naar het waarom van de armoede en de dieper wordende kloof tussen rijk en arm zedig uit de weg gaan, is hun rol op zijn minst twijfelachtig. Schreeuwende ongelijkheid, armoede onder de working poor, alleenstaande vrouwen en bejaarden die het met een mensonwaardige uitkering moeten stellen, gebrekkige huisvesting, uit de pan swingende jeugdwerkloosheid en ongeziene roofbouw op natuur en klimaat geven overvloedig aan dat ons “huis” (“oikos”) bepaald niet op orde is en vele van onze medebewoners materieel en sociaal uit de boot vallen. Religie en levensovertuiging hebben voldoende noten op hun zang om verzet aan te tekenen en het levensbeschouwelijk op te nemen voor een economische orde waar gelijkheid en solidariteit met de zwaksten en consideratie voor natuur en klimaat geen loze begrippen zijn.

Vrijblijvende lippendienst aan grootse principes alleen volstaat echter niet meer. Zo te horen is niemand tégen solidariteit en gelijkheid. Geen één die niet vóór rechtvaardigheid is. Niemand die niet “van de natuur houdt”. De lakmoesproef doorstaan we dan pas wanneer onze religieuze en levensbeschouwelijke inzichten en normen grondig worden getoetst aan economische categorieën als groei, productiviteit, arbeid,  kapitaal en duurzaamheid, om ten slotte uit te monden in die laatste, doorslaggevende, vooringenomen, en, ja zeker, uiterst subjectieve vraagstelling: staan wij met onze levensovertuiging aan de kant van de verliezers of aan die van de winnaars? Zijn we het steentje of zijn we het glijmiddel in de machinekamer?

Wat denken religie en levensovertuiging expliciet over groei en productiviteit, werk en werkgelegenheid, kapitaal en arbeid, consumptie en opwarming van de aarde? En waar worden ze in eigen schoot aangemoedigd tot daadwerkelijke vormen van solidariteit?

Dat is de materiële kant van de religieuze en levensbeschouwelijke vraag naar een economie op mensenmaat.

Axcent werpt in samenwerking met intellectuelen, verzetslui, verenigingen en gemeenschappen deze en soortgelijke vragen op met het oog op de rechtzetting van scheefgegroeide sociaal-economische verhoudingen.

De immateriële kant van economie

Maar niet alleen dat. Voor een vereniging die rond zingeving werkt, is de huidige economie niet enkel een kwestie van rijkdom en armoede, van werkloosheid en een rechtvaardige en ecologisch verantwoorde herverdeling van middelen. De economie heeft ook een immateriële zijde die bepalend is voor menselijke zingeving.

In 1911 schreef Frederick Taylor zijn uiterst invloedrijke The Principles of Scientific Management, een boekje dat mee aan de basis kwam te liggen van de moderne wetenschappelijke bedrijfsvoering. Door standaardisatie, time-management en becijferde efficiency, wilde het taylorisme bij gelijke productiekosten de arbeidsproductiviteit en bedrijfswinsten beduidend opvoeren. Taylor schreef in de eerste plaats voor managers en ingenieurs. Maar in zijn voorwoord voorspelde hij een veel ruimer toepassingsgebied voor zijn rationalisering:

Het valt echter te hopen dat het voor andere lezers duidelijk wordt dat dezelfde principes met gelijke slagkracht kunnen worden toegepast op alle sociale activiteiten: het beheer van onze huizen, het beheer van onze boerderijen, het beheer van grote of kleine handelspraktijken, van onze kerken, onze liefdadigheidsinstellingen, onze universiteiten, en onze overheidsinstellingen.

Vandaag is de wensdroom van Taylor realiteit.

Er is nog nauwelijks een menselijke onderneming denkbaar, ook de meest “onbaatzuchtige” niet, of ze wordt beoordeeld op haar kwantificeerbare kosten-baten verhouding, doeltreffendheid en return on investment. De menselijke tijd, in haar onbestemdheid van levensbelang voor de “nutteloze” ontwikkeling van ethiek, kennis, kunst en spiritualiteit, is tot op het bot geïnstrumentaliseerd, dat wil zeggen opgedeeld in een gelijkmatige serie micro-instanties die allemaal hun aandeel in groei en productiviteit moeten garanderen. We verwachten overal en constant “resultaten”. Als die uitblijven, nemen we een coach in de arm: voor ons bedrijf of als levenscoach voor onze maakbare  existentie –  het onderscheid doet er eigenlijk niet toe. Wat zich dreigt te onttrekken aan de economische nutsfactor, wordt genadeloos in het gareel gebracht.

Om maar één voorbeeld uit de duizend te noemen: het valt tegenwoordig niet meer uit de toon om in opdracht van bedrijven “wetenschappelijk” onderzoek te verrichten naar de gunstige of ongunstige invloed van gebed, geloofspraktijk of meditatieve gemoedsrust op de productiviteit van werknemers. In een samenleving waar de impact van het economisch nutsdenken op alle dimensies van de menselijke ervaring doorweegt, staat de intrinsieke waarde van religie en levensovertuiging daarmee op het spel. Ze hebben het verschrikkelijk moeilijk trouw te blijven aan zichzelf zonder te worden geïnstrumentaliseerd door een utilitaristisch mens- en wereldbeeld.

Voor religies en levensovertuigingen maar ook voor het hele maatschappelijke middenveld is het zaak ook deze immateriële schaduwzijde van onze economie aan te pakken. De economie mag enkel middel zijn tot realisatie van een menswaardige samenleving die deels (maar niet alleen) afhangt van de adequate bestiering van productie- distributie- en verbruiksprocessen. Waar economie in economisme vervalt en onder het vernis van een technisch betoog een duidelijk mens- en wereldbeeld oplegt zonder daar openlijk voor uit te komen, neemt ze de eigenlijke plaats in van religie, levensovertuiging en ideologie en moet ze levensbeschouwelijk worden bestreden.

Hoe kunnen religie en levensovertuiging zich (zelf)kritisch en in onderling overleg verdedigen tegen neoliberale normen en praktijken die haaks staan op hun wezen maar intussen door veel mensen gedachteloos zijn verinnerlijkt en uitgedragen? Ook die handschoen wil Axcent op de bescheiden plek waar de vereniging staat samen men anderen opnemen.