Axcent - Adults

it's the economy, stupid!

Category: Verenigingen

Stop! On veut respirer! Stop! Geef ons ademruimte!

Stop! On veut respirer!

L’idée vient d’Axcent. Trois associations bruxelloises – à savoir Axcent vzw, le Centre de Formation Cardijn et Sagesse au Quotidien – lancent le 10 novembre 2014 un groupe de formation francophone interconvictionnel sur le thème TEMPS, ÉCONOMIE, CONVICTIONS.

Comment vivons-nous le temps ? D’où vient notre sentiment recurrent d’un temps « inhumain » ? Quelle en est logique ? Comment y résister ? Nos références convictionnelles, offrent-elles des alternatives pour un temps qui soit plus humain ?

Point de départ sont les expériences de vie des participants. Ils sont tous marqués par l’impact du temps. Le Centre de Formation Cardijn assurent le bon déroulement des recontres mensuelles en reliant les expériences personnelles de chacun et de chacune à un savoir plus large.

 

Stop! Geef ons ademruimte!

Het idee komt van Axcent. Drie verenigingen in Brussel, Axcent vzw, het Centre de Formation Cardijn en Sagesse au Quotidien lanceren op 10 november 2014 een interlevensbeschouwelijke vormingsgroep in het Frans rond het thema TIJD, ECONOMIE EN LEVENSOVERTUIGING.

Hoe beleven we de tijd? Waarom zitten we vaak met het gevoel dat hij “onmenselijk” is? Welke sociaal-economische logica ligt er aan ten grondslag? Hoe kunnen we er ons tegen verzetten? Biedt onze levensbeschouwelijke achtergrond een uitweg voor een humanere tijdsbeleving?

Vertrekpunt is de leefwereld van de deelnemers die allemaal op een of andere manier de tijd aan den lijve ondervinden. Het Centre de Formation Cardijn leidt de maandelijkse gesprekken in goede banen en verbindt de persoonlijke ervaring aan kennis en inzicht.

Dépliant ‘TEMPS’

Over innerlijke kracht, armoede en zingeving. Een gesprek met een straatverpleegster

Een paar jaar terug interviewde Axcent Emilie Meesen, coördinatrice van de vzw Infirmiers de rue – straatverplegers. Aanleiding was een interlevensbeschouwelijk benefietconcert ten voordele van de vereniging (oktober 2010).

Het interview is nog steeds actueel.

De straatverplegers werken aan de bevordering van hygiëne en gezondheid bij mensen die in Brussel op straat leven. Hun handvest bepaalt nadrukkelijk dat de organisatie “apolitiek (is) en zonder religieuze overtuiging”. Zij zijn net zoals Axcent lid van het Collectief Straatdoden, een koepelorganisatie die jaarlijkse een pluralistische ceremonie organiseert voor de mensen die aan hun dakloos bestaan voortijdig zijn overleden.

“Als straatverplegers werken we met heel marginale personen. Ze kunnen over een woning beschikken, maar de meeste van onze patiënten hebben geen vaste woonst. In het algemeen weerspiegelt hun marginaliteit zich in grote hygiënische problemen. Ze hebben geen aandacht meer voor zichzelf en door hun gebrekkige hygiëne sluiten ze zich nog meer uit. Men kan om meerdere redenen uitgesloten zijn. Wij concentreren ons op dit ogenblik op mensen die door hun gebrek aan hygiëne tot de meest uitgesloten groep behoren. Met de tijd hopen we ook andere personen met andere gezondheidsproblemen te kunnen helpen. Onze vzw verricht werk op straat, staat in voor vormingen en ontwikkelt preventiemiddelen.

Het werk op straat gebeurt steeds overdag. We gaan op zoek naar de mensen die op straat leven: hetzij op eerder toevallige manier, hetzij op  vaste plekken. Soms gebeurt het dat men ons ook oproept: dat kan door een vereniging zijn, de politie, een winkelier, een buur of een dakloos persoon. Men belt met het bericht: kijk, er is hier iemand die klaarblijkelijk zorgen nodig heeft, in elk geval is hij niet heel schoon en hij zit hier al lang. Als we bij de persoon zijn aangekomen zoeken we uit of hij bewust is van zijn toestand en bekijken we wat er scheelt. We  focussen echt op de zelfperceptie van de persoon in kwestie. We helpen hem om zich bewust te worden van wat hij is, wat hij waard is en wat hij kan bereiken. Beetje bij beetje begint hij in te zien dat er van alles mogelijk is en er nog plannen kunnen worden gemaakt. Recent nog hadden we het geval van een aantal mensen die lange tijd (15, 13 en 11 jaar) op straat hadden geleefd. Omdat ze opnieuw hun eigen hygiëne in de hand hadden genomen en weer smaak kregen voor de zorg voor zichzelf en voor het leven in het algemeen, vonden ze zelfs een woning, terwijl ze al heel lang zonder dak boven het hoofd waren en iedereen uit hun omgeving zich bij hun situatie had neergelegd. Het was magnifiek om aan te tonen dat verandering nog mogelijk was.

Maar opdat het op die manier kan werken en de persoon vooruitgang boekt en zijn zelfwaardering en zelfvertrouwen terugvindt, is er een hele weg te gaan. Het klopt dat we vooral aan de hygiëne werken, maar de persoon moet zich ook rekenschap geven dat hij nog in staat is om van alles te ondernemen en er dingen zijn om van te houden en hij niet alleen omringd is door afschuwelijke dingen, zelfs als het leven op straat echt stresserend is. We proberen dus bij iedere persoon de eigen vermogens te ontdekken, dat wil zeggen wat hij graag doet, waar hij talent voor heeft  en waar hij naar streeft. Voor iedere persoon proberen we vast te leggen wat van gunstige invloed op hem kan zijn. Dat kan ons helpen om positief met hem te communiceren en wanneer de situatie moeilijk wordt steeds terug te kunnen vallen op iets opbouwends. Zo brachten we meneer M.,  die  fan is van Johnny Halliday, toen hij in het ziekenhuis lag postkaarten met Johnny Halliday.

Voor sommigen is religie hun kracht. In dat geval brengen we ze in contact met mensen die hen op dat niveau tegemoet kunnen komen. Mevrouw L. is een dame die we in contact brachten met een zuster. Voor die dame was haar val op straat de wil van God. Ze zei tegen zichzelf: “aangezien God het op die manier heeft gewild, ga ik zelf niets ondernemen”. We maakten toen de overweging: “Kijk eens aan,  zij beschikt over dit vermogen om in God te geloven, laten we het in positieve zin gebruiken door haar in verbinding te stellen met iemand die haar op een andere dan fatalistische manier kan helpen bij het treffen van maatregelen”.

Ongeacht de aard van de persoonlijke vermogens – of die nu religieus is of iets anders  – proberen we die een positieve draai te geven.  Ik geef een ander voorbeeld. Een heer houdt erg van tuinieren.  Voor het ogenblik is hij heel vuil en helemaal niet in staat te werken voor een baas.  We hebben voor hem een buurthuis vlakbij de plek waar hij bedelt gevonden waar hij de planten kan begieten. Iedere dag heeft hij weer wat meer plezier in zijn klus. Bovendien stelt het buurthuis douches ter beschikking.

Met religie hebben we eenzelfde benaderingswijze.  Soms zijn er mensen die aan woedeaanvallen ten prooi vallen. Als ze een hangertje met een religieus symbool dragen spreken we ze op ogenblikken dat het echt niet gaat en ze zich droef of boos voelen op die manier toe: “Rustig maar, het komt in orde, dankzij dat symbool voelt u zich niet alleen, voor u is het een kracht”. Hetzelfde geldt voor iemand die een foto van zijn kind in zijn portefeuille zou hebben.

Wanneer de religie het belangrijkste vermogen is stellen jullie de patiënten in verbinding met iemand die er met hen over kan spreken?

Dat gebeurt inderdaad. Doordat we ook lid zijn van het Collectief straatdoden*  staan we in contact met imams en priesters op wie we beroep mogen doen. Natuurlijk weten we nooit op voorhand wat het resultaat is. De betrokken persoon kan het verkeerd opvatten. Maar als we vaststellen dat hij ondanks de moeilijkheden op straat blíjft geloven in iets – in God of in iets of iemand anders of in zichzelf – zetten we dat in de verf.

Kom je soms mensen tegen bij wie je je afvraagt waar ze hun kracht vandaan halen?

Dat heeft ons vanaf het begin getroffen. Wat ze meemaken is zo veschrikkelijk hard dat ze wel moéten beschikken over een innerlijke kracht.  Het is onze opdracht om bij iedere persoon die we volgen zijn karakteristieke kracht, zijn grondvermogen te ontdekken. Voor al onze patiënten stellen we een gedetailleerd dossier op. En op de allereerste bladzijde staan hun persoonlijke vermogens opgetekend. Soms ontdekken we ze pas geleidelijk aan tijdens de opeenvolgende ontmoetingen. In het begin kan het gaan om kleine dingen die ons zijn opgevallen. Bij voorbeeld: het is iemand die zeer goed is georganiseerd. Dat wordt dan zijn persoonlijk vermogen. Bij iemand anders valt ons op: “Kijk eens aan, de winkelier is bijzonder vriendelijk met hem ondanks het feit dat hij zich aan de ingang van de winkel opstelt en hij helemaal niet schoon is. Hij is er dus in geslaagd een goed klimaat te scheppen in weerwil van zijn gebrekkige hygiëne. Dat betekent dat hij een zeker vermogen of een zeker talent aan de dag legt voor zo’n relatie”. Iemand anders is de hele tijd omringd door  vrienden. Misschien slaagt hij er niet in zich alléén te behelpen, maar intussen beschikt hij toch maar over die kracht om al zijn vrienden om zich heen te verzamelen. En dus verstaat hij de kunst mensen te raken.

Wanneer we erin geslaagd zijn de vermogens van ieder persoon af te bakenen, moedigen we hem aan er sterker op te steunen, want het gaat om iets dat zeker is: “dat heb ik in mij” .  “Dat heb ik in mij, ik kan erop steunen, en meteen kan ik daardoor vooruitgang boeken.  Als straatbewoner mag  ik dan misschien niets meer bezitten, maar dát heb ik tenminste. En andere mensen uit mijn omgeving is het ook opgevallen, en dat geeft me nog meer vertouwen”.  Bij zo goed als iedereen vindt men die innerlijke kracht terug. Dat valt des te meer op als je bedenkt dat de buitenwereld, de buren en zelfs het maatschappelijke middenveld niet zelden fatalistisch staan tegenover de problematiek van de daklozen. Het moet verschrikkelijk hard zijn om het mee te maken, maar vaak wordt er gezegd: “die daar, die blijft z’n hele leven lang dakloos”. En niettemin moet hij de situatie het hoofd bieden. Niet alleen is er de de agressiviteit en de stress op straat, maar daarbij komt nog het fatalisme van de omgeving. Als Straatverplegers  hebben we het geluk een groot aantal daklozen te kennen die er zijn uit geraakt. Het blijft dus van essentieel belang om te wijzen op deze uitweg in weerwil van de moeilijke weg ernaartoe. De keren dat het niet lukt hebben te maken met een voortijdig overlijden, een opsluiting in de gevangenis of een spoorloze verdwijning. Maar in alle andere gevallen wordt onze onderneming met succes bekroond.

We geven iedereen die we ontmoeten de raad beroep te doen op de gebruikelijke gezondheidsvoorzieningen. De meest kwetsbaren die een verhoogd gezondheidsrisico lopen of wiens leven zelfs in gevaar is of die van een sociaal netwerk zijn afgesloten door hun gebrek aan hygiëne, worden door ons gevolgd. Dat houdt in dat we ons wekelijks over hun dossier buigen. Zelfs als er een lange tijd is overheen gegaan sinds we de persoon in kwestie hebben gezien, proberen we kleine aan iedere persoon aangepaste oogmerken voorop te stellen. Bij voorbeeld: “haar moeten we bezoeken om haar een douche te geven in La Fontaine of in de Samu**”. Voor iemand anders luidt het: “hij is helemaal niet in staat om een douche te nemen. We geven hem een vochtig doekje om er zijn handen mee schoon te maken. We gaan hem dat geven opdat hij weer open staat voor de lekkere geur en voor de zorg voor zichzelf”. De week daarop stellen we ons tot doel: “Nu gaan we met het doekje over zijn gezicht”. We zitten naast hem en geven hem het voorbeeld door het op onszelf aan te brengen. Bij iedereen werken we stapje bij stapje. En beetje bij beetje moet er een hygiënische gewoonte ontstaan. Want zelfs als ze één keer douche nemen, is hun probleem verre van opgelost. Het is zaak dat het weer een gewoonte wordt en dat ze opeens beseffen dat de dingen werkelijk veranderen.

En we merken dat het echt werkt. Normaliter stoppen we met het opvolgen van de persoon op het ogenblik dat hij qua hygiëne en gezondheid zijn autonomie heeft teruggevonden. Dat komt er op neer dat hij regelmatig en minstens één keer per week doucht, alléén naar zijn arts belt en op tijd de afspraak nakomt. Als hij voor zijn eigen gezondheid weet in te staan – wat minder abstract is dan een woning of geld – dan kan hij echt vooruitgaan. Zelfs indien hij op straat blijft is de herwonnen autonomie al een succes.

Bij drie kwart van de personen die door ons zijn behandeld is er het secundaire gevolg dat ze een logement vonden.  Doordat ze hun zelfwaardering en zelfvertrouwen terugvonden en weer schoon waren, brachten ze de sociale werkers, die inmiddels alle hoop hadden opgegeven, op het idee om opnieuw afspraken bij eigenaars of in tehuizen te maken.

Het succes van jullie werk vindt zijn verklaring in het feit dat jullie onderneming heel tastbaar op de hygiëne gericht is. Het lichamelijke aspect is waarschijnlijk het meest intiem verbonden aan de menselijke persoon.

Dat is het helemaal. Een logement hebben hangt niet van de persoon af want er moet plaats beschikbaar zijn. Geld krijgen hangt evenmin van de persoon af want zijn dossier moet in orde zijn. Hygiëne daarentegen hangt onmiddellijk van de persoon af en op dat vlak is vooruitgang mogelijk. Van bij het ontstaan van onze vereniging stond ons deze strategie voor ogen: het verhogen van de autonomie bij de persoon die op straat leeft door te werken aan de hygiëne. Uiteraard werd deze strategie in de loop der jaren verfijnd. Zo is het idee van de persoonlijke vermogens nadrukkelijk een jaar geleden gelanceerd. De eerste drie jaar was het impliciet van toepassing. Thans vormen de vermogens een instrument dat we systematisch toepassen.  Maar dat vraagt een inspanning. Het is allemaal goed en wel om zich voor te nemen de persoonlijke vermogens van de daklozen te gebruiken, maar voor iedere persoon moet alles worden opgetekend in zijn dossier. Een groot stuk van het werk bestaat er juist in deze dossiers aan te vullen, niet om bureaucratische redenen, maar om beter de vermogens te leren kennen van de personen met wie we werken.

Een van die vermogens die je eerder ter sprake bracht kan de religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging van de persoon zijn. Als die persoon op zijn beurt jullie vragen stelt over jullie eigen overtuigingen, wat is dan jullie benaderingswijze?

Indien de persoon de behoefte voelt om over zijn eigen overtuiging te spreken, zal ik spontaan luisteren. Als hij me vervolgens vragen stelt kan ik nog altijd beslissen te antwoorden of niet. Men mag niet uit het oog verliezen dat we er ondanks onze gepersonaliseerde werkwijze naar streven de relaties zo professioneel mogelijk te houden. Het staat iedereen van de ploeg vrij persoonlijke overtuigingen te hebben, maar dat mag geen invloed hebben op het werk op straat. We zijn er om de persoon vooruit te helpen op het vlak van zijn hygiëne en sociale ontplooiing. Ik herinner me niet dat men ooit naar mijn persoonlijke levensovertuiging vroeg, en als men me er toch naar gevraagd heeft moet mijn antwoord  in elk geval niet erg duidelijk zijn geweest. Waarschijnlijk heb ik de vraag met een tegenvraag  een andere richting gegeven om te achterhalen waar de persoon met zijn vraag op aanstuurde: “waarom vindt u het belangrijk te weten wat ik er zelf van denk?” ofwel: “Hebt u het gevoel  dat indien ik iets niet geloof de zaken slechter zouden gaan?” Waarschijnlijk heeft de vragensteller de behoefte om met een persoon in verbinding te worden gesteld met wie hij kan spreken.

Hebben jullie contacten met kerken of moskeeën?

We hebben vooral regelmatige contacten in het kader van het Collectief van straatdoden. In sommige gemeenten is de moskee of kerk heel actief. Maar we hebben nog niet voldoende de gelegenheid om met de kerken en moskeeën samen te werken. Zij zijn zonder twijfel essentiële spelers want zij ontmoeten personen die wij niet noodzakelijk kennen.

Op dezelfde manier proberen we ook de zorgen aan te passen aan iemands persoonlijke religie.  Ik denk bijvoorbeeld aan een verband dat heel gunstig is tegen mycosen, schimmels aan de voeten. Het gaat om een verband dat men minumum 48 uur moet laten werken. Als de persoon een praktiserend moslim is die dagelijks zijn rituele wassingen uitvoert, moeten we er met hem over praten opdat hij kan blijven bidden en tegelijk zijn behandeling volgen.

Vanuit het oogpunt van ons werk op straat zijn er twee bijzondere zaken aan het islamitisch geloof. Ten eerste drinkt de meerderheid van moslims geen alcohol vanwege het verbod in de islam. En ten tweede zijn ze dankzij hun godsdienst die voor ieder gebed rituele wassingen voorschrijft verplicht om aan hygiëne te denken.

In de christelijke godsdienst zouden de naastenliefde en de zin voor het delen, of zelfs de mogelijkheid tot vergeving, waarden kunnen zijn die ons werk op straat vergemakkelijken.

In elk geval is het belangrijk om ongeacht het geloof uit te maken of het voor de persoon een bron van kracht kan betekenen, en zo ja, erop te steunen om vooruit te gaan. Tegelijk moet men blijvend bewust zijn dat iedere persoon uniek is en dat de inzet van alle vormen van persoonlijke kracht, en niet alleen van religie, de garantie biedt op verandering en voortuitgang”.

* Groep van verenigingen en particulieren die instaan voor een waardige begrafenis van dakloze Brusselaars
** Beide verenigingen vangen dakloze mensen in Brussel op

© Axcent

© 2017 Axcent – Adults

Theme by Anders NorenUp ↑